Bijbels

Collectie

In de collectie bijbels bevinden zich de oudste in de Nederlanden gedrukte bijbel uit 1477 en de eerste druk van de Statenvertaling uit 1637. Eeuwenoude bijbels vertellen de fascinerende - en soms gevaarlijke - geschiedenis van het vertalen, drukken en verspreiden van bijbels. Een geschiedenis die nauw is verweven met de vorming van Nederland als een zelfstandige staat en de ontwikkeling van onze nationale taal.

Bijbel voor iedereen
De bijbel is het eerste boek dat in de Nederlanden is gedrukt. De Delftse drukkers Jacob Jacobszoon van der Meer en Mauricius Yemantszoon van Middelborch waagden in 1477 de stap en brachten een gedrukte bijbel op de markt. Het was een vertaling van het oude testament uit het Latijn in het Nederlands. De Delftse Bijbel voorzag in een grote vraag. Steeds meer leken wilden de bijbel, het liefst de hele bijbel, in hun eigen taal kunnen lezen. Tot die tijd was dat nagenoeg onmogelijk geweest. Slechts een enkeling kon zich een duur manuscript veroorloven en moest dan ook nog het Latijn beheersen.

Ketterse ideeën
De uitvinding van de boekdrukkunst en de vertaling van de bijbel in de volkstaal brachten de bijbel onder het volk. Zonder tussenkomst van geestelijken konden leken nu zelf de hele bijbel lezen en een mening vormen over de inhoud. Voor het kerkelijk gezag was deze ontwikkeling niet zonder problemen: er konden immers 'verkeerde', ja zelfs ketterse ideeën ontstaan. De kerk deed er alles aan om controle te houden over de juiste vertaling van de bijbel en de kanttekeningen en verklaringen die naast de bijbeltekst werden gedrukt. Het vertalen en drukken van de bijbel was geen vrijblijvende aangelegenheid en kon drukkers in grote moeilijkheden brengen.

Jacob van Liesvelt
Op 27 november 1545 werd de Antwerpse drukker Jacob van Liesvelt tot de dood veroordeeld en een dag later onthoofd. Bijna twintig jaar daarvoor, in 1526, had Van Liesvelt de eerste complete bijbelvertaling in Nederland uitgegeven. Deze bijzondere uitgave bevatte de volledige tekst van het oude en nieuwe testament, overgenomen van de Duitse bijbelvertaling van de kerkhervormer Maarten Luther. In 1542 gaf Van Liesvelt zonder toestemming van de autoriteiten een nieuwe editie van deze vertaling uit. Nu drukte hij ook de kanttekeningen van Luther erbij. Vanwege de "ketterse ideeën" die daarin werden verwoord, werd Van Liesvelt door de inquisitie opgepakt en veroordeeld.

Statenvertaling
Begin 17de eeuw ontstond er in protestantse kringen behoefte aan een bijbel die rechtstreeks uit het Hebreeuws en Grieks was vertaald in het Nederlands. Tot dan toe waren er alleen vertalingen van vertalingen in omloop, die inmiddels vol fouten stonden. Tijdens de Dordtse Synode (1618-1619) werd besloten een vertaling uit de grondtekst te maken en werd een vertaalcomissie ingesteld. De kerk zou voor het vertaalwerk zorgen en de Staten Generaal zouden de kosten dragen. Het duurde ruim vijftien jaar voordat de definitieve vertaling een feit was. In 1637 verscheen de eerste druk. Tot het verschijnen van de gereviseerde druk in 1657, werden een half miljoen statenbijbels gedrukt en verspreid.

Taal
De statenvertaling werd in heel Nederland gebruikt en had daarom veel invloed op de standaardisering van onze taal. Veel spreekwoorden en zegswijzen die wij tot op de dag van vandaag gebruiken, zijn ontleend aan de statenvertaling. De vertalers hadden opdracht gekregen het Hebreeuws en Grieks zo letterlijk mogelijk in het Nederlands over te zetten. Het waren, zo dacht men, de talen waarin God had gesproken tot de mensen. Dat betekende dat de zinsopbouw een hele andere werd dan de Nederlandse, namelijk zo Hebreeuws of Grieks mogelijk. De taal van de statenvertaling wordt daarom ook wel 'Tale Kanaäns' genoemd.

meld je aan voor de nieuwsbrief