WIJS! Barazandeh Djavdan (1945)

Barazandeh Djavdan

“Je mag een kind niet beïnvloeden door te zeggen wat het beste geloof is. Alle geloven hebben iets gebracht voor de wereld.”

Martijn Rep over Barazandeh

“Barazandeh is een bron van gastvrijheid die met iedereen een warme en opgewekte relatie kan aangaan. Ze kent zowel de menselijke zwakheden als krachten. Ze heeft diepe inzichten in de mens, het doel van het leven en de werkelijkheid van goddelijke openbaringen.”

oude vrouw, opgemaakt, in strijklicht
Barazandeh Djavdan

Bahá’is omarmen alle geloven

De hele wereld is één land. Er bestaat feitelijk geen verschil tussen mensen: zij vormen één ziel. De nood van de mensen is anders in ieder tijdperk. Daarom komen er steeds nieuwe profeten op aarde, met een nieuwe boodschap die past bij de tijd.  Wij hebben eenheid nodig in deze tijd, alleen daardoor kunnen we de vrede bereiken.

Ik ben in Teheran opgegroeid in een gezin met een vader met een joodse en een moeder met een islamitische achtergrond. In die tijd waren dergelijke gemengde huwelijken niet de gewoonte. Mijn ouders zijn bahá’i geworden. Dat is een gemeenschap van inmiddels bijna 8 miljoen mensen in de wereld, die de leringen van de profeet Bahá’u’lláh volgen. De profeet leefde in het midden van de 19e eeuw in Perzië. In Iran hebben de bahá’is het moeilijk, velen belanden in de gevangenis.

Mijn ouders ben ik dankbaar dat ze mij hebben geleerd dat je het geloof moet leven. Bahá’is omarmen alle geloven. Als mensheid zijn we allemaal de bladeren van één tak, de golven van één zee, de bloemen van één tuin. Mensen moeten in hun leven zelf onderzoeken wat voor hen waar is. Het vinden van een partner uit een andere traditie wordt bij ons gestimuleerd. Juist in deze tijd van polarisatie is dat gegeven bijzonder.

Naar Nederland gekomen

Mijn man is in Amerika opgeleid als tandarts. Hij opende een praktijk in Teheran, maar hij voelde zich er niet meer echt thuis. Hij hoorde van een vriend uit Amsterdam dat er hier een tekort aan tandartsen was. In 1970 zijn we naar Nederland gekomen. Daarna, door de revolutie in 1978, is mijn familie uit Teheran naar Canada verhuisd.

Ik vond de mensen in Nederland aardig, vriendelijk. Het maakte niet uit wat iemands achtergrond was. Mijn man en ik werkten in zijn praktijk in Osdorp. Mijn man was bijzonder, hij had niets voor zichzelf nodig. De vluchtelingen uit Iran hadden geen geld, maar hij hielp ze voor niets. Je moet iedere hand pakken die hulp nodig heeft. Je doet wat je kan.

We hadden in Amsterdam een goede tijd met de bahá’i-gemeenschap. Er zijn hechte, warme vriendschappen ontstaan, ook met mensen uit de islamitische gemeenschap. Dat is bijzonder. Jonge studenten uit Iran waren nieuwsgierig naar ons geloof, want daar is het verboden. Veel van de ontmoetingen vonden bij ons thuis plaats. Bijna dagelijks. Inmiddels is dat overgenomen door andere vrienden, onder wie Martijn, die ik al vanaf zijn zeventiende ken en die nu in de vijftig is.

Eenheid en liefde

De leer van Bahá’u’lláh is niet moeilijk. Centraal staat dat je iedereen accepteert. De bahá’is doen niet aan politiek. Bahá’u’lláh heeft 150 jaar geleden voorspeld dat de situatie in de wereld heel erg gaat verslechteren, dat mensen elkaar niet meer kunnen accepteren en dat ze tegenover elkaar komen te staan. Het antwoord is: eenheid en liefde. In onze gemeenschap bewaren we die eenheid door iedereen de gelegenheid te geven over alle onderwerpen te consulteren. We benoemen daarvoor in iedere gemeenschap een raad van negen mensen. Iedere bahá’i kan kwesties voorleggen aan deze raad. Als vijf mensen het met elkaar eens zijn over het antwoord, gaan de andere vier automatisch mee. Zo waken wij ervoor dat we zelf in de groep de eenheid bewaren en dat het niet tot afsplitsingen komt.

Alles wat we doen is gericht op onze ziel. Het lichaam gaat dood. De ziel is het belangrijkste wat een mens heeft, want die leeft voort. Het gaat niet alleen over goede bedoelingen. Je moet op geestelijk niveau verbinding maken. Dat doe je door te bidden, boeken van de profeet te lezen, naar internationale conferenties voor de bahá’is te gaan, bij elkaar te komen, gedachten uit te wisselen en te bidden in welk gebedshuis dan ook. We hebben zelf ook tempels. De dichtstbijzijnde is in Frankfurt. De gemeenschap blijft bruisend en in contact, we zijn vrienden en kennissen van elkaar. Mijn geloof neemt een groot deel van mijn hart in.

Ik wilde terug

Mijn man is in 2018 aan kanker overleden. Dat was een moeilijke periode. Hij klaagde nooit, bleef rustig. Ik wist niet of hij pijn had. Mijn zus uit Canada kwam over en bleef hier drie maanden om mij te ondersteunen, tot zijn overlijden. Daarna reisde ik met haar mee naar Canada, en dacht: ik ga verhuizen, dan woon ik bij mijn zus in de buurt. Maar ik wilde terug. Mijn leven is hier, in Nederland. Ik kon alleen verder met mijn leven en het verlies van mijn man vanwege mijn geloof. Wat wij doen, doen we niet voor onszelf, maar voor de mensheid.

Toen ik 80 werd, hebben mijn vrienden een surpriseparty georganiseerd. Ze stonden in het donker in de tuin met lichtjes voor me te zingen, ik werd naar het raam geleid. Ongelofelijk, al die kennissen en vrienden. Ik schrok, en dacht: hoe kom ik aan taart voor zoveel mensen? Hoe moet ik hen ontvangen? Maar ze hadden zelf taarten gebakken.

In onze traditie leren we kinderen alle geloven en levensfilosofieën kennen. Het kind moet zich bewust worden van alle profeten die er zijn geweest. En je mag een kind niet beïnvloeden door te zeggen wat het beste geloof is. Alle geloven hebben iets gebracht voor de wereld. Als je kind 15 wordt, kan hij ervoor kiezen om bahá’i te worden. Maar hij is daar helemaal vrij in. Een bahá’i mag niet fanatiek zijn.

WIJS! Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Dit interview met Barazandeh Djavdan maakt deel uit van de fototentoonstelling WIJS! Fotografie Ilvy Njiokiktjien. Bijbels Museum laat in WIJS! ouderen zelf aan het woord en draagt, met de foto’s van Ilvy Njiokiktjien, bij aan een positief en veelzijdig beeld van oud zijn en oud worden.