Margriet Jans Teunissen
“Er wordt in onze samenleving te weinig gesproken over energiebesparing. We zoeken steeds naar nieuwe energiebronnen, terwijl we met minder toe moeten kunnen.”
Anke Teunissen over Margriet
“Mijn moeder heeft een nuchtere kijk op de agrarische sector, zij heeft van dichtbij meegemaakt wat de wederopbouw voor de boeren heeft betekend. Ze zag al in de jaren 70 de noodzaak van consuminderen en hergebruik. Ze is een wijze vrouw met een zeer sterk ontwikkeld boerenverstand, praktisch en belezen.”

Nakomertje
Tijdens de bevrijding – mijn ouders woonden op een boerderij – werd er een auto beschoten door de Engelsen voor hun huis. Mijn moeder was zwanger van mij en ontzettend bang. Ze is in de kelder gaan zitten, helemaal over haar toeren. Het kan zijn dat ik daar een tikkie van meegekregen heb. Ik ben uitermate zorgzaam en wil graag dat iedereen het naar de zin heeft. Ik ben geïnteresseerd in mensen.
Ik was een nakomertje, de andere drie kinderen zijn veel ouder. Mijn moeder wilde graag nog een baby en dat is gelukt. De vroedvrouw zei: “Wat leuk dat dat poppetje zo gewenst is.” Het hele gezin heeft samen bepaald hoe ik moest heten. Het werd Margriet, naar Grietje, de moeder van mijn moeder. Zij overleed toen ze 32 was, en liet zes kinderen achter. Het kraambed vond mijn moeder de mooiste tijd van haar leven: ze hoefde negen dagen niets te doen. Normaliter molk ze met een doek om haar hoofd de koeien, zorgde ze voor de kinderen en het huishouden.
Ik mocht doorleren
Mijn oudste zus wilde naar de huishoudschool en trouwde jong. Dat vond mijn moeder verschrikkelijk. Ik mocht doorleren, in Deventer. Daar zaten dochters van grote boeren. Dat waren wij niet hoor! Ik heb veel te danken aan mijn moeder en mijn zus, zij hebben mij gestimuleerd. Mijn moeder was een hard werkende boerin die – samen met mijn vader – klein is begonnen.
Ik werd docent huishoudkunde en gaf voorlichting via de Plattelandsvrouwen en de Overijsselse Landbouw Maatschappij. Kwam bij boeren thuis en sprak met hen over efficiency en budgetteren. Op een boerderij moet altijd een buffer zijn om tegenvallers op te kunnen vangen. Dat heb ik ook in mijn eigen leven toegepast: lopende uitgaven, vaste lasten, reserveringen. Dat kwam goed van pas toen ik kinderen kreeg. Efficiency vond ik leuk. Daar heb ik met de verbouwing van onze boerderij veel gemak van gehad.
Plattelandsvrouwen
Vanwege de baan van mijn man Henk verhuisden we begin jaren 70 naar Drachten. Daar heb ik cursussen gegeven en was ik voorzitter van de Plattelandsvrouwen. Ik was 30, dat was jong, maar ik had op mijn opleiding ‘spreken in het openbaar’ gehad.
Toen de boerderij van Henks ouders in De Wijk vrij kwam, hebben we die kunnen kopen. Hij was oud en verwaarloosd, er was geen opvolger. We kochten een slooppand in het dorp, en hergebruikten al het materiaal uit dat pand voor onze renovatie.
Mijn moeder ging naar de kerk. Met mijn gezin ben ik overgestapt op het humanisme. Ik zou eigenlijk willen dat er een neutrale school was waar alle godsdiensten onderwezen worden. Mijn kinderen weten te weinig van de Bijbel af. Daar zijn ze niet mee opgegroeid. Henk was atheïst denk ik.
Klimaatzaken
In de jaren 70 en 80 was er een brede maatschappelijke discussie over kernenergie. Ik dacht: Hoe kunnen we daarover stemmen als we niet weten wat het is? Ik heb me er in verdiept, volgde een landelijke bijscholingscursus en gaf daarna lezingen over energie. Ik moest het neutraal vertellen, maar zei er wel bij dat het met klimaatzaken te maken had. Ik kreeg veel kritiek. Mensen hier in de omgeving vonden het bedreigend. Sommige noemden mij communist. Mijn visie is: kernenergie is een schone energie. Maar zolang je niet weet waar je met het afval naar toe moet, moet je er niet aan beginnen. Nu de wereld helemaal niet veilig is, kan een gekke politicus kwaad aanrichten met chemisch afval van kerncentrales. Ik vind dat er in onze samenleving te weinig wordt gesproken over energiebesparing. We zoeken steeds naar nieuwe energiebronnen, terwijl we met minder toe moeten kunnen.
Ik zat in de werkgroep namens de Plattelandsvrouwen, die kritisch waren op de dwarsliggende milieumensen zoals ik, die de biologische landbouw aanhingen. De landbouw, daar heb ik me veel zorgen over gemaakt. Over de monocultuur bijvoorbeeld, ik houd van biologisch boeren en ik koop veel biologische producten. Maar wie zijn er tegen? De grote zuivelorganisaties en de kunstmestfabrieken.
Over een andere boeg
Er was veel weerstand tegen mijn lezingen en daar lag ik wakker van. Ik wilde vanwege mijn gezin niet over mijn toeren raken. Ik heb het over een andere boeg gegooid en ben op de deel een winkel in tweedehandskleding begonnen. Er werden mooie kleren ingebracht en ik kreeg een grote klantenkring. Tweedehands was toen niet hip, zoals nu. Maar de belangstelling groeide. Ik vond dat het voor iedereen toegankelijk moest zijn, dus nam ook kleren van C&A en de HEMA in. Mijn klanten kregen koffie en koek voor twee kwartjes. Daardoor had de winkel ook een sociale functie.
Henk vond mijn winkel niet leuk. “Al die mensen op het erf”, zei hij dan. Ik heb voet bij stuk gehouden, wilde de winkel niet opgeven. Hij merkte er toch weinig van, want hij was op zijn werk als de winkel open was. Als Henk geen zin had om thuis iets te repareren dat stuk was, zei ik: ‘‘Als jij het niet doet, vraag ik er iemand voor.’’ Dat kon ik dan ook doorzetten, want ik had eigen geld van de winkel.
Geen afscheid
Henk kreeg een hartstilstand, we hebben geen afscheid kunnen nemen. In 2007 op een koorrepetitie vroeg iemand tot twee keer toe hoe het met me ging. Het ging niet lekker, ik stond steeds te huilen. Ik ben toen op een gezondheidsreis gegaan, tien dagen naar een kuuroord in Bulgarije. We moesten veel bewegen, elke avond dansen en ik werd gemasseerd. Ik houd van natuurgeneeswijzen en zelf oplossingen zoeken. Ik had de jaren ervoor steeds bronchitis en blaasontsteking en kwam als herboren terug. Mijn longen en blaas gingen beter.
Maar het jaar erna had ik weer blaasontsteking. Ik las dat dat te maken had met pisnijdig zijn. Ik heb weer een gezondheidsreis gemaakt en daarna ben ik gestopt met de winkel. Ik heb hem verbouwd tot een B&B. Want ik houd van reuring om me heen. Graag was ik nog een leuke vent tegengekomen, maar dat is niet gebeurd. Ik ben een mensen-mens. En wat doe je dan? Ik had geen zin om te gaan klaverjassen of bridgen. Mijn familie leeft niet meer. Mijn drie kinderen met hun gezinnen zijn er gelukkig wel.
Best wel wat verdriet
Ik heb in mijn leven best wel wat verdriet gehad. Mijn broer en ik hadden afgesproken om samen voor onze ouders te zorgen, zodat ze thuis konden blijven wonen. Maar mijn broer stierf op zijn 60ste. Daarna overleden achter elkaar mijn ouders en mijn man.
Henk was een introverte, strenge man. Ik denk dat introversie slecht is voor je hart. Als ik terugdenk aan hoe ik mijn kinderen heb opgevoed, zie ik dat ik een fout heb gemaakt. Mijn kinderen mochten van mij geen ruzie maken, achteraf hadden ze dat wel moeten doen. Ik kan niet tegen ruzie. Henk is maar 55 geworden, en daarom hebben we niet de kans gehad om dit soort zaken later te bespreken. Ik was 53 toen hij overleed. Ik ben genegenheid en intimiteit tekort gekomen. Ach, er is nog zoveel te vertellen – ik leef immers al tachtig jaar!
WIJS! Foto’s Ilvy Njiokiktjien
Dit interview met Margriet Jans Teunissen maakt deel uit van de fototentoonstelling WIJS! Fotografie Ilvy Njiokiktjien. Bijbels Museum laat in WIJS! ouderen zelf aan het woord en draagt, met de foto’s van Ilvy Njiokiktjien, bij aan een positief en veelzijdig beeld van oud zijn en oud worden.

