WIJS! André Lopes Dias (1940)

WIJS! André Lopes Dias

“Tegen jonge mannen zou ik willen zeggen: ga niet de macho uithangen. Praat niet alleen maar over jezelf. Bouw tweezijdige relaties op. En zorg dat je niet alleen in het werk opgaat.”

Ronald Nijsen over André

“André is de éminence grise van onze voetbalclub. Hij heeft de uitstraling van een wijze man, en volkomen terecht. Weet alles van voetbal en heeft daarnaast een brede interesse en een welhaast fotografisch geheugen. Hij staat nog vol in het leven.”

Oude man in blauw trui op balkon tegen strakblauwe lucht
André Lopes Dias

Het heeft me meegezeten

Het heeft me in het leven erg meegezeten, zowel sociaal als met mijn relatie. Ik ben bij de juiste vrouw blijven hangen. Als ik mezelf vergelijk met mijn leeftijdsgenoten, ben ik er fysiek ook best goed aan toe. Ik tel mijn zegeningen.

Ik ben 85 en weduwnaar. Ik ga met veel mensen om, daar zijn tachtigers bij, vrienden, vriendinnen, oud-klasgenoten. De mensen bij WV-HEDW zijn gelukkig jonger, dat is fijn. Bij de vereniging verzorg ik bij het hoogste team de formaliteiten met de scheidsrechter, maak verslagen van de wedstrijden en doe ik bestuurswerk. Ik heb contacten met de spelers van het hoogste elftal. Het ontbreekt mij niet aan het contact met jongeren, maar ik begrijp ze niet altijd.

Niet altijd heel beheerst

Ik ben overwegend nuchter, maar niet altijd heel beheerst als ik opgewonden raak. Dat heeft denk ik toch iets met de oorlog te maken. Mijn familie is deels Joods. Misschien is het ook gewoon een knopje dat bij mij niet goed staat. Als ik ergens ruzie maak, kom ik vaak in een versnelling. Daar word ik soms op aangesproken. Dat ik iets vriendelijker had moeten zeggen. Dan ben ik niet te beroerd om mijn excuses aan te bieden.

Ik was drie maanden toen de Duitsers binnenvielen. Mijn vader was joods, mijn moeder niet. Omdat het een gemengd huwelijk was, werd mijn vader niet opgeroepen voor transport. Ik herinner me weinig van de oorlog, wel de bevrijding.

Een goed huwelijk, niet saai

Naar school ging ik met plezier, daarna ging ik economie studeren. Dat was een goede beslissing. Op mijn 19e leerde ik een vrouw kennen. Ik dacht dat zij buiten mijn bereik lag, maar toen we elkaar later weer tegenkwamen, viel het op z’n plaats. Het mondde uit in een relatie van 55 jaar. Een goed huwelijk, niet saai. Wij kregen drie gezonde kinderen die goed met elkaar omgaan. Eerst een tweeling. Uiteraard was dat een belangrijk moment in mijn leven. Mijn vrouw kon goed met kinderen omgaan. Als er ‘s nachts werd gehuild, zaten we allebei met een fles. Na enkele jaren kreeg mijn vrouw een miskraam. Toen hing er een tijdje een donkere wolk boven ons. Zeven jaar na de tweeling kwam er nog een dochter. Mijn vrouw is toen de kinderen groter waren weer begonnen met werken.

Na mijn studie werd ik gevraagd te blijven bij de gemeente Amsterdam, waar ik als student al part time werkte. Ik deed dingen die substantieel waren. Later realiseerde ik mij wat een luxe het was om meteen na mijn studie aan het werk te kunnen.

Ga niet de macho uithangen

Ik hield er niet van ergens lang te zitten en heb verschillende rollen vervuld aan de Bestuursacademie Nederland, voor ambtenaren. Ik had fijne studenten en collega’s, met wie ik nog steeds contact heb. Achteraf gezien realiseerde ik me dat er één collega gepest werd op de werkvloer. Daar kijk ik niet trots op terug. Degene die gepest werd, heeft daar emotioneel op gereageerd. Tegen jonge mannen zou ik willen zeggen: ga niet de macho uithangen. Praat niet alleen maar over jezelf. Bouw tweezijdige relaties op. En zorg dat je niet alleen in het werk opgaat. Relativeer. Het belangrijkste in het leven is niet rijk worden, maar leuk werk hebben en relaties opbouwen. Dat je interesses hebt en houdt als je uitgewerkt bent.

Niet alles is leuk in het leven

Mijn ervaring is, dat als je in een vereniging iets gedaan wil krijgen, je dat het beste kunt vragen aan iemand die al druk is. En als iets niet gaat zoals het moet, dan moet het maar zoals het gaat. Lig er niet van wakker. Niet alles is leuk in het leven. Niet alles gaat zoals je had gehoopt. Met mij is het misgelopen met mijn nieuwe relatie. Ze was tien jaar jonger dan ik. Zij vond het vervelend als ik over mijn vrouw praatte. Blijf in zo’n situatie niet thuis zitten, ga naar buiten.

Mijn ouders waren redelijk cultureel onderlegd, mijn vader schreef voor de radio en de televisie. Voor mij is er geen groot verschil tussen cultuur en voetbal. Het staat elkaar zeker niet in de weg. Mijn vader heeft me de liefde voor voetbal bijgebracht en mijn humor. Hij had een vreemde jeugd gehad en in de oorlog veel spanningen. Hij kon daardoor soms raar reageren. Mijn zuster komt er nog altijd op terug. Daar kun je uit afleiden dat het voor kinderen onprettig is als er spanningen in het gezin zijn.

Tot mijn 65e heb ik meegevoetbald. Op basis van loopvermogen. De club waar ik al meer dan 50 jaar actief ben, is gegroeid naar 2200 leden. De joodse geschiedenis van de vereniging wordt gewaarborgd door de historische commissie. Ik werd gevraagd door het bestuur. Mijn vrijwilligerswerk biedt vermaak, spanning en veel sociaal contact. Mijn laatste team is 20 jaar geleden gestopt, maar we hebben nog regelmatig een bijeenkomst. Zo heb ik meer groepjes vrienden die ik al jaren zie.

Vriendschap

Vriendschap is dat je dezelfde belangstelling hebt en dezelfde humor. Het helpt ook dat je iemand al ontzettend lang kent. Vanzelfsprekend steun je iemand die in moeilijkheden is. Ik was de leider van het team. Lijmde de groep aan elkaar, regelde dat alle mannen in het veld stonden. Dat werd gewaardeerd door de jongens.

Ik ben in mijn leven veel vrouwen tegengekomen en ben nooit in de verleiding gekomen daar actief iets mee te doen. Ik weet: dan zijn er alleen maar verliezers. Mijn vrouw was erg nuchter, ze werkte in het ziekenhuis, ook met manlijke collega’s. Ook zij heeft nooit iets met een andere man gehad. We waren trouw, van beide kanten.

Sinds mijn vrouw is overleden heb ik geen enkele wedstrijd gemist. Dat zijn er toch 26 in een jaar. Ik schrijf voorbeschouwingen en doe verslag van de bekerwedstrijden. Daar probeer ik wel wat humor in te brengen.

Het is mooi dat je oud wordt, maar als je oud bent is je perspectief gering. Genoeg mensen worden tegenwoordig ver in de negentig. Dat is dan weer relativerend. Je kunt beter met z’n tweeën ouder worden. Ik was laatst bij een vriend van 82, die er fysiek niet goed aan toe is. Dan zeg ik: wees blij dat je samen bent.

Ouderen irriteren mij wel

Ouderen irriteren mij wel, mensen die voor je voeten schuifelen met een rollator bijvoorbeeld. Ik ben in staat om ‘oude zak’ te roepen. Dat zal wel mijn eigenaardigheid zijn. Dat een vriend van mij die altijd met sport bezig was nu een wrak is, irriteert mij. Dat is natuurlijk onredelijk, die man is ziek, daar moet je begrip voor hebben. Ik kan niet accepteren dat die mensen oud worden. Ik merk het bij mezelf al met fietsen, dat wordt moeilijker. Zo word ik er mee geconfronteerd.

Het gaat er in de wereld zo raar aan toe. Na de Tweede Wereldoorlog dachten we: dat nooit meer. Dat Europa niet in gevaar zou komen, daar heb ik in geloofd. Die oorlogsdreiging is er nu wel degelijk. Dat iemand ineens de hele wereld kan opblazen. En AI die alles zou kunnen overnemen. Er zijn heel slechte mensen. We wonen de aarde uit en sommige partijen bagatelliseren dat. Er zijn nog lang niet genoeg maatregelen genomen. Ik zie dat met bezorgdheid tegemoet, maar dat zal mijn tijd wel duren. Mijn jongste dochter wil eigenlijk geen kleinkinderen omdat de wereld er zo somber uit ziet. Ik kan wel begrijpen hoe ze op die gedachte komt.

Weinig illusies

Wat ik achterlaat? Daar heb ik weinig illusies over. De tribune hebben ze naar mij genoemd. Mijn kinderen laat ik achter. Ik weet dat zij gunstig over mij denken. Als dat niet zo is, hoop ik dat nog een beetje bij te sturen. Het idee dat je doodgaat en dat er niets meer is, vind ik moeilijk te verteren.

WIJS! Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Dit interview met André Lopes Dias maakt deel uit van de fototentoonstelling WIJS! Fotografie Ilvy Njiokiktjien. Bijbels Museum laat in WIJS! ouderen zelf aan het woord en draagt, met de foto’s van Ilvy Njiokiktjien, bij aan een positief en veelzijdig beeld van oud zijn en oud worden.