Donateurs aan het woord

Zwaan-kleef-aan - Joset Mons

Het is aan mijn moeder (87 jaar) te danken dat ik het Bijbels Museum heb leren kennen. Zij was zelf al vele jaren donateur, toen ze me een paar jaar geleden meenam naar een donateursdag. Intussen is ook mijn zusje al tweemaal mee geweest, een beetje het zwaan-kleef-aan-effect dus. Anders dan mijn moeder ben ik niet kerkelijk. De Bijbel is voor mij vooral een bron van historische en culturele kennis.

Overigens was die eerste donateursdag volgens mijn moeder niet mijn eerste bezoek aan het Bijbels Museum. Zij herinnert zich dat het ooit in Haarlem was gevestigd en dat ze ons in onze kindertijd meenam om daar diorama’s met Bijbelse voorstellingen te bekijken. Helaas … ik weet er niets meer van. Dat ik zelf donateur ben geworden heeft dan ook niet te maken met enige herinnering, maar met de gastvrije ontvangst op de donateursdag en het interessante programma. Ik meen dat we toen door de filmer Willy Lindwer zijn rond geleid over de tentoonstelling die met zijn judaïca was gemaakt. Dit jaar hebben we kennis gemaakt met de bioloog Sam Segal die de tentoonstelling over zeventiende-eeuwse bloemstillevens van een biologische en kunsthistorische achtergrond voorzag. Er is geen bloem in deze stillevens die hij niet heeft kunnen determineren. Segal schreef ook een mooi uitgegeven boekje dat bij de tentoonstelling hoort. Het vormt een leuke aanvulling op mijn kunsthistorische bibliotheekje, dat ik bezig ben te vormen sinds ik na mijn vroegpensioen kunstgeschiedenis ben gaan studeren aan de Leidse universiteit.

Op de donateursdagen trof mij telkens vooral de professionaliteit waarmee directeur en medewerkers de donateurs een boeiende agenda bieden en inzicht geven in activiteiten en plannen. De bijdrage daaraan van donateurs is in tijden van krimpende subsidies van groter belang dan ooit. Donateurs en aspirant-donateurs, het Bijbels Museum verdient uw warme steun!

Een huis van melk en honing – Arie de Jong 

Iedere keer dat ik in het Bijbels Museum kom wil ik naar de keuken. Iedere keer zou het me niet verbazen daar het 'melkmeisje van Vermeer' te zien staan. Zo ingespannen bezig dat ze niet in de gaten heeft dat ik sta te kijken. Melk moet. Ik werk in het groene onderwijs, bij Stoas Hogeschool in Wageningen, en hou me bezig met kwaliteit en met internationale zaken. Ik heb altijd het idee dat je om de bijbel goed te kunnen lezen en te begrijpen wel het een en ander van landbouw moet weten. De laatste keer dat ik in het museum was, was op de donateursdag waarbij we de tentoonstelling Geloof in Natuur bekeken hebben. Bijzonder indrukwekkend. En interessant omdat wij als hogeschool een specialisatie bloemsierkunst hebben.

Ik steun het museum nu een jaar of zeven. De Westerse cultuur is geworteld in de Joods-christelijke traditie. Dat moet je koesteren. En het is ook leuk en blikverruimend als je dat herkent in je cultuur, in taal en beeld. Het spreekt me aan dat het Bijbels Museum de link tussen deze Joods-christelijke traditie en de huidige maatschappij, maar ook het specifieke Amsterdamse leven, iedere keer weer weet te leggen in allerlei tentoonstellingen. En dan niet alleen voor christenen of moslims, maar voor iedereen die trots is op zijn identiteit.

Hoe vaak ik in het museum kom? Minstens een keer per jaar. Dus sinds een jaar of zeven. Zoals gezegd, ondanks alle mooie Statenbijbels, tempels of de tabernakel, vind ik de keuken het mooiste plekje: 'Geef ons vandaag het brood dat we nodig hebben'. Ongetwijfeld hebben de oorspronkelijke kooplieden dit gebeden, maar verwachtten wel een wat royalere gebedsverhoring dan brood, melk en honing. Uiteraard wordt van mij verwacht iedereen uit te dagen donateur te worden. Beste lezer: dat zou ik dan ook maar snel doen. Een loop iedere keer dat je in Amsterdam bent binnen op de Herengracht, bij dit museum in dit schitterende koopmanshuis.

meld u aan voor de nieuwsbrief