Archeologische vondsten

Archeologische vondsten zijn sinds de 19de eeuw steeds belangrijker geworden voor de bijbelwetenschap. Olielampjes, kleitabletten, aardewerk, potscherven en munten helpen een beeld te vormen over de leefwereld waarin de bijbelse verhalen zijn ontstaan.

Beenderkist

De manier waarop de doden worden begraven en de voorwerpen die in het graf worden meegegeven, vertellen veel over de gebruiken van een voorbije beschaving. In het oude Israël was het gewoonte de doden te begraven. Verbranden of onbegraven laten liggen van een lijk, was een schanddaad. De dode werd gewassen en in een linnen doek gewikkeld. Balsemen, zoals men in Egypte deed, was niet gebruikelijk. In een grafspelonk werd de dode neergelegd in een nis die in de rotswand was uitgehouwen of in een stenen kist in de vorm van een trog. Vanaf de tweede eeuw v. C. werden de beenderen van geruimde graven wel bewaard in een ossuarium. De beenderkistjes dienden ook om elders gestorvenen te 'herbegraven' in de nabijheid van de heilige stad Jeruzalem.

Sikkel

Munten zijn waardevolle archeologische vondsten omdat er vaak een afbeelding van de regerende vorst op staat, of een belangrijke gebeurtenis, symbool of jaartal. De Hebreeuwse muntnaam is sjèkel en betekent gewicht. Het is ook de aanduiding voor zilver omdat gewogen stukjes zilver van oudsher als betaalmiddel werden gebruikt. Na de Babylonische ballingschap (538 v. C.) komt gemunt geld in gebruik. Een sikkel weegt ongeveer 11,5 gram. De Romeinen vierden een overwinning door het slaan van speciale munten. Na het neerslaan van de eerste Joodse bevrijdingsoorlog (66-73 n. C.), waarbij de tempel van Jeruzalem werd verwoest, verschijnen er munten met het opschrift Judea Capta, 'Judea is overwonnen'.

Olielampje

Uit de vorm en samenstelling van aardewerk kunnen archeologen met grote zekerheid de eeuw van herkomst vaststellen. Aardewerken vondsten spelen daarom een belangrijke rol bij de datering van opgegraven lagen van bewoning. In Israël vindt men in graven grote hoeveelheden olielampjes die aan de dode zijn meegegeven. Hun vorm varieert van schaalvormige lampjes uit de pre-Kanaänitische tijd tot gesloten rijkversierde lampjes uit de Hellenistische tijd. Olijfolie was een belangrijk product voor de bereiding van voedsel en medicijnen én voor verlichting van de huizen. Ook werd het dag en nacht branden van een lichtje gezien als een teken van Gods aanwezigheid en macht over de duisternis.

meld je aan voor de nieuwsbrief