Dominee Schouten

Woestijnheiligdom van een dominee

In 1852 ontving Leendert Schouten – als 24-jarige student theologie in Utrecht - iedere veertien dagen bezoekers voor zijn model van de tabernakel. De tabernakel betekent ‘tent’ en is het draagbare heiligdom dat het volk Israël mee nam op hun reis door de woestijn. Met het model van de tabernakel legde Leendert Schouten de grondslag voor wat tijdens zijn latere leven zou uitgroeien tot het “Bijbelsch Museum”. Zijn hele verdere leven werkt hij aan de verfraaiing van de Tabernakel. Maar waar kwam deze bevlogenheid vandaan?

Een draagbaar heiligdom op reis door de woestijn
Na een verblijf van 400 jaar in Egypte vertrekt het volk Israël onder leiding van Mozes naar het Land Kanaän. De tabernakel is de tent van de samenkomst die de Israëlieten gebruikten voor de eredienst aan God tijdens de woestijnreis zoals beschreven in Exodus en de 300 jaar erna in het land Kanaän. Het 'model' van de tabernakel werd volgens het bijbelverhaal door God zelf aan Mozes getoond op de berg Horeb. Mozes moest alles wat hij zag precies opschrijven en bekendmaken aan de Israëlieten, en zij moesten vervolgens nauwkeurig aan de hand van deze beschrijving de tabernakel vervaardigen en opbouwen.

Het model van de tabernakel
Als Leendert Schouten begin 20 is geeft hij opdracht een maquette te maken van de tabernakel. Schouten baseert zich daarbij op de zeer uitvoerige beschrijvingen van dit heiligdom en van alle daarvoor benodigde attributen zoals die in de hoofdstukken 25-40 van het bijbelboek Exodus te vinden zijn. Het model van de tabernakel is op ongeveer 1/5 van de ware (in de bijbel beschreven) grootte gemaakt. Daar waar gegevens ontbreken of moeilijk te interpreteren zijn, grijpt dominee Schouten terug op wetenschappelijke literatuur of neemt hij zelf een besluit. Een goed voorbeeld hiervan is de vloer van de tabernakel. In de bijbel staat nergens beschreven van welk materiaal deze is gemaakt. Slechts een summiere opmerking in een ander bijbelboek, Numeri 5:17, spreekt over textiel dat op de vloer ligt. dominee Schouten besluit de vloer van gepolijst mahoniehout te maken. In zijn ogen is dat de meest voor de hand liggende oplossing.

Van kinderbijbel tot model
De tabernakel is in letterlijke zin dominee Schoutens levenswerk te noemen. Naar zijn eigen zeggen ontstaat zijn fascinatie voor de tabernakel door de afbeeldingen in de kinderbijbel die zijn vrome grootmoeder dagelijks aan hem voorleest. Op 12-jarige leeftijd laat hij zijn eerste object maken: een model van de Ark van het Verbond. Tijdens zijn colleges Hebreeuwse Antiquiteiten vat hij het plan op de tabernakel in zijn geheel te reconstrueren. Ruim veertig jaar werkt hij aan de uitbreiding, verbetering en verfraaiing van het model.

Streven naar perfectie
Een voorbeeld van de bevlogenheid en het streven naar perfectie zijn de verschillende kleden en ‘voorhangsels’. Deze laat dominee Schouten meerdere malen vervangen. Zo is het geitenharen dekkleed geweven van onvermengd geitenhaar uit Syrië, om zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven. Een ander goed voorbeeld van de precisie en tekstgetrouwe weergave is de Ark die hij als twaalf jarige jongen maakte. De Ark was van mahoniehout, van binnen en van buiten verguld met goud. In de Ark lagen twee stenen van marmer, mét inscripties: de stenen tafelen van Mozes. Nog een voorbeeld: de priester met de boekrol. De boekrol is van echt perkament en er staat ook daadwerkelijk een psalm op.

Cruciaal hulpmiddel in zijn prediking
De maquette van de tabernakel was voor dominee Schouten geen cultuurhistorische bezienswaardigheid, maar een cruciaal hulpmiddel bij zijn preek en de educatie. Bezoekers mochten de tabernakels alleen maar bezichtigen als ze ook een preek van de dominee meemaakten. Tot het einde van zijn leven bleef Schouten bezoekers ontvangen en prediken.

meld je aan voor de nieuwsbrief