Delftse en Van Santenbijbel

Topstukken van het museum

Delftse bijbel
De Delftse bijbel is het allereerste gedrukte boek in de Nederlandse taal en werd in 1477 uitgegeven in Delft door de drukkers Jacob Jacobsz. van der Meer en Mauricius Yemantsz. van Middelborgh. Hun familiewapens staan afgebeeld onder het colofon. De bijbel is dan wel gedrukt, maar de opmaak van de bladzijden en het gebruik van gotische letters herinneren nog aan middeleeuwse handschriften en de kapitalen en randversieringen zijn nog met de hand getekend. Het boek in twee delen bevat alleen het Oude Testament, zonder de Psalmen, maar met de deuterocanonieke (apocriefe) boeken.

De katholieke kerk was geen voorstander van bijbels in de volkstaal, want de enige officiële bijbel was immers de Vulgaat in het Latijn. Toch werd de Delftse bijbel getolereerd. De vertaler (een notabele meester zo vermeldt het colofon, waarschijnlijk een theologisch goedgeschoolde geestelijke) baseerde zich op al bestaande Nederlandse vertalingen van de bijbel en op de Vulgaat (het Oude Testament in het Latijn). Hij leverde een ‘schone’ bijbeltekst, zonder de toevoeging van niet-bijbelse verhalen zoals vaak gebruikelijk was. Want als gelovigen zelf de bijbel gaan lezen, zonder tussenkomst van geestelijken, dan is het belangrijk dat het een zuivere tekst is: het lezen van de bijbel is al moeilijk genoeg, zo vermeldt het voorwoord. Voor deze Bijbel moesten ca. 1800 letters getekend en gegoten worden. Het drukken zelf duurde waarschijnlijk meer dan een jaar! Er werden circa 250 exemplaren gedrukt, waarvan er nog circa 50 exemplaren bestaan.

Van Santenbijbel
Een Statenbijbel was een kostbaar bezit, maar nog kostbaarder waren exemplaren met ingekleurde prenten en kaarten. Dirck Jansz. van Santen (1637-1708) was een beroemdheid in 17de-eeuws Amsterdam en ver daarbuiten. Hij was ‘meester-afsetter’, niemand kon prenten mooier inkleuren dan hij. Rijke Amsterdammers gaven hem opdrachten voor het inkleuren van atlassen, boeken, prenten en bijbels. En omdat op geld niet gekeken werd, kon hij gebruik maken van kostbare kleuren als ultramarijn, karmozijn en goud.

Dit is een van de zeven door Van Santen ingekleurde Statenbijbels die er bekend zijn. In de Statenbijbels werden tussen de tekstpagina’s prenten gevoegd. In dit geval zijn het zes kaarten vervaardigd door Bastiaan Stoopendaal, waaronder een wereldkaart, en zestien prenten van Jan Luyken, oorspronkelijk gemaakt voor Petrus Cunaeus’ Republiek der Hebreeën, voorstellende Joodse ceremoniële gebouwen en gebruiken. Eén van Van Santens belangrijke opdrachtgevers was Jacob Cromhout (1608-1669), bouwer van het Cromhouthuis waarin nu het Bijbels Museum is gevestigd. Voor hem kleurde Van Santen onder andere een 18-delige Blaeu-atlas plus nog een achttal andere atlassen.

meld je aan voor de nieuwsbrief