Bijbels Museum Bijbels Museum

Israël tussen de grootmachten
Het land van de bijbel dat eerst Kanaän wordt genoemd, dan Israël en Judea en nog weer later Palestina is gelegen in de zogenoemde 'vruchtbare halve maan': het stroomgebied van Eufraat, Tigris, Jordaan en Nijl. Het lag ingeklemd tussen de grote en machtige rijken van Babylon en Assur in het noordoosten en het Egyptische rijk in het zuidwesten. In de vierde eeuw v. C. werd het gebied veroverd door Alexander de Grote om een paar eeuwen later onderdeel te worden van het Romeinse rijk.

Egypte
In de bijbel is veelvuldig sprake van contacten met Egypte. Het bekendst is het verhaal van de Israëlieten die als dwangarbeiders moesten werken aan de bouw van de voorraadsteden Pitom en Rameses. Onder leiding van Mozes trokken ze uiteindelijk weg uit het machtige rijk van de farao. Koning Salomo onderhield nauwe betrekkingen met Egypte en trouwde zelfs met de dochter van de farao.

leven en dood
In de Egyptische godsdienst staat het mysterie van leven en dood centraal. De dood wordt niet gezien als het einde van het leven, maar als een vorm van absoluut leven en de plaats van opstanding. Zo vindt de zon in de duisternis van de nacht de (levens)kracht om in het oosten weer te verrijzen. Het dodenrijk wordt 'land der levenden' genoemd en bevindt zich in het Westen, de plaats waar de zon elke avond ondergaat. Het Egyptische dodenritueel is zeer uitgebreid en erop gericht de dode zo goed mogelijk voor te bereiden voor het verblijf in het dodenrijk.

Osiris
Osiris was de eerste koning van Egypte, maar werd door zijn broer Seth vermoord. Isis, zijn vrouw en zuster, wekte hem weer tot leven en baarde daarna hun zoon Horus. Horus overwon Seth en werd de nieuwe koning van Egypte. Osiris werd de heerser over het dodenrijk. Iedere Egyptenaar hoopte net als Osiris op te staan uit de dood.

mummi
De mens heeft een sterfelijk lichaam, maar een onsterfelijke levenskracht en ziel, de ka en de ba. Om na de dood te kunnen voortleven, moest de ba elke nacht in het lichaam kunnen terugkeren en de ka worden voorzien van voedsel. Door het lichaam van de dode onvergankelijk te maken, werd de dode verzekerd van een leven in het hiernamaals.
Het lichaam werd na de dood gemummificeerd. De ingewanden werden verwijderd en in speciale vazen bewaard. Om ontbinding tegen te gaan, maakte men gebruik van specerijen, hars, natron en asfalt. Tot slot werd het lichaam gebalsemd, in linnen doeken gewikkeld en in het graf bijgezet.
vergroot

Osiris, de heerser over het dodenrijk, met in zijn handen de herderstaf en dorsvlegel. Zijn onderlichaam heeft de vorm van een mummi. Brons, Egypte, ca. 700-400 v. C

vergroot

Mummi van een jonge vrouw van ca. 25 jaar. Egypte, ca. 1ste eeuw v. C.

vergroot

Canope met deksel in de vorm van een jakhals, genaamd Doeamoetef, een van de vier zonen van Horus die de ingewanden van de dode bewaken. Op de voorzijde staat in hiërogliefen geschreven: 'de "waarlijk-bekende-des-konings", Amenemhat, zoon van Pa-sjedoe-Hor'. Kalksteen, Egypte, ca. 6de eeuw v. C.