|
|
uittocht uit Egypte
In de bijbel, in het boek Exodus, staat geschreven hoe de Israëlieten wegtrekken uit Egypte. In dit land waren ze eerst gastvrij onthaald, maar moesten er later als dwangarbeiders bouwen aan de voorraadsteden Pitom en Rameses. Tien plagen waren er nodig geweest voordat Farao het volk van Israël liet gaan. Onder leiding van Mozes trekken ze veertig jaar door de woestijn, op weg naar het 'beloofde land'. Op de berg Sinaï spreekt God met Mozes en geeft het volk de Tien Geboden', de tien grondregels die het fundament vormen van de nieuwe samenleving. Ook krijgt Mozes opdracht een huis voor God te bouwen.
tabernakel
Het huis van God moest draagbaar, dat wil zeggen vervoerbaar zijn en had daarom het karakter van een tent. De benaming tabernakel is afkomstig uit een oude Latijnse bijbelvertaling waarin het heiligdom tabernaculum (tent) wordt genoemd. Er waren twee ruimtes: het heilige en het heilige der heilige, waar de ark van het verbond stond met de stenen tafelen waarop de tien geboden waren geschreven.
Dekkleden van getwijnd Egyptisch linnen en van blauwe, paarse en dieprode wol vormden het dak, met daaroverheen geitenharen kleden. Ook de ceremoniële voorwerpen van brons, zilver en goud worden beschreven. Nauwkeurig wordt de plaats waar ze moeten staan aangegeven.
hogepriester
Het bovenkleed van de hogepriester is gemaakt van blauwe wol. Aan de zoom hangen kleine gouden belletjes, zodat het volk kan horen wanneer hij de tabernakel betreedt. Op het borstschild zijn twaalf edelstenen bevestigd, waarin de namen van de twaalf stammen van Israël zijn gegraveerd. Zo draagt de hogepriester het volk op zijn hart. Over de functie van de urim en tummim is nog steeds weinig bekend. Waren het orakelstenen? En bij welke gelegenheid werden ze dan geraadpleegd?
heilige der heilige
In het heilige der heilige, de allerheiligste plaats, mag geen mens komen behalve de hogepriester. Eenmaal per jaar, op Grote Verzoendag, gaat hij naar binnen en brengt een offer. Gekleed in een eenvoudig linnen bovenkleed met om zijn hoofd een linnen tulband, knielt hij neer voor de ark van het verbond.
zondebok
De hogepriester neemt op Grote Verzoendag twee bokken mee. De ene is bestemd als offer voor God. Op de kop van het andere dier legt hij zijn handen en belaadt het zo met de zonden van het volk. Daarna wordt de zondebok losgelaten en de woestijn in gestuurd.
|
 Levieten in de voorhof van de tabernakel. Tabernakel van ds Leendert Schouten, tweede helft 19de eeuw.  Hogepriester in vol ornaat. Tabernakel van ds Leendert Schouten, tweede helft 19de eeuw.  Zondebok. Tabernakel van ds Leendert Schouten, tweede helft 19de eeuw.
|